Vaarwel aan een briljante (leer)meester
In memoriam Meester Paul Speyer z"l.

© 1996 by Dr. Henri Rosenberg.


Homepage GOEDKOSJERâ
JewishAntwerp.com
Homepage Consistoire Benelux.

De geniale advocaat.

Wijlen Dr. Paul Speyer werd 76 jaar geleden te Antwerpen geboren als zoon van een joodse diamantair. Zijn afkomst predestineerde hem dus om zich in deze -onze- kring te ontplooien. Zijn voorbestemming wist hij op handige wijze wijze aan te wenden en hij ontpopte zich in onze middens tot een briljante en succesvolle advocaat. Paradoxaal was echter het feit dat aan de ene kant hij talrijke cliënten (en tegenpartijen) in onze middens telde, dat hij er tot een levende legende was verheven, en dat zijn  "speyeriaanse" stijl en strategie gehuldigd of gevreesd werden, maar dat niemand eraan onverschillig kon blijven, en dat  aan de andere kant nochtans, de man en zelfs zijn gelaat in bredere joodse- en diamantairskringen onbekend was gebleven.

Met de tijd was hij er echter in geslaagd om ook in veel bredere bevolkingskringen, zeg maar op nationaal vlak, als advocaat van de gerechtelijke missions impossibles een vergaande bekendheid te verwerven. Zijn fenomenale kennis, maar vooral zijn geniale vaardigheid van de tekstontleding en dito exegese van juridische geschriften -als het ware naar het voorbeeld der talmoedisten- stelden hem in staat om niet alleen vele processen te winnen, maar vooral om precedenten te scheppen, die de Belgische rechtspraak kwamen verrijken. Ook gelukte het hem in de juridische terminologie nieuwe termen ingang te doen vinden, zoals bijvoorbeeld de noodzaak dat door de vervolgende overheid (in casu de Fiscus) gehanteerde bewijsmiddelen niet alleen op wettelijke wijze vergaard dienden te zijn, maar dat de wijze waarop de Fiscus het bewijsmateriaal in handen kreeg (in casu door een ontevreden secretaresse, die het naar de Fiscus droeg) ook ethish-juridisch verantwoord moest zijn. [Hof Antwerpen, 27 october 1981, in Fiscale Jurisprudentie,  1983, Nº 83/24].

Terecht werd Meester Paul Speyer aanzien als dé advocaat van de verloren zaken, die hij nochtans met brio wist te winnen. Ook deze zaken die a priori niet te winnen waren en die hij dus verloor, beschouwde hij -terecht- te hebben gewonnen "in de mate dat die te winnen waren".

De hardwerkende advocaat.

Naast zijn aangeboren geniale kant, bezat Meester Paul Speyer vooral ook de gave hard te kunnen werken. Met een niet aflatende ijver en nooit geziene nauwlettendheid verzorgde hij zijn conclusies en andere juridische geschriften, zowel qua taal, stijl als lay-out. Elk geschrift werd meticuleus gelezen, herlezen, herschreven, met zijn medewerkers besproken, andermaal geamendeerd, met nieuwe(re) rechtspraak geïllustreerd of met synonimen opgeluisterd. Op de vooravond van een proces kon een conclusie, zo nodig, midden in de nacht m.m.v. zijn  echtgenote-typiste en ondergetekende buurman-stagiair, in extremis heraangepast of zelfs herschreven worden. Cliënten moesten weten en wisten ook dikwijls, dat hun briljante advocaat al zijn beschikbare energie en kennis in hun zaak investeerde, alsof zij zijn enige cliënten waren. Wijlen Meester Paul Speyer belegde zijn kennis en kunde ook daadwerkelijk in de rechtszaken die hij behartigde, niet alleen omdat zijn cliënt per se de zaak moest winnen, maar vooral ook  omdat het zijn onstuitbare persoonlijke ambitie was om in elk proces te zegevieren.

Ofschoon hij gans zijn leven en privé-leven aan de advocatuur en het gerecht gewijd heeft (hij bekleedde naast de advocatuur tal van functies in het gerechtelijk apparaat), is hij nooit een vakidioot geworden. Wel integendeel, was hij een bijzonder gecultiveerde man, die op alle vlakken van de kunst en de cultuur fijnkenner en kunstminnaar was. Kenschetsend is wel dat hij nooit een T.V.-toestel in huis heeft willen nemen en dat de lectuur (professioneel en uit liefhebberij) het grootste deel van zijn rijkgevulde leven in beslag heeft genomen.
 

De joodse advocaat: Meester en discipel.

De Meester en de leerling beleefden elk hun jood-zijn weliswaar op verschillende wijze, en Meester Paul Speyer deed dit op een haast hartstochtelijke wijze. De sombere Holocaust-jaren waarin hij op levensgevaar af resoluut weigerde de jodenster te dragen en zich op de jodenlijsten te plaatsen, hebben hem voor de rest van zijn leven doen afzien van de assimilatiegedachte, waarin hij nochtans was opgevoed geworden. Voortaan zou hij openlijk opkomen voor zijn joodse origine  en zijn jood-zijn urbi et orbi blijven revindiceren. Het is hem zijn leven lang blijven achtervolgen dat alle grote geesten zoals Baruch de Spinoza, Mozes Mendelssohn, Sigmund Freud, Stefan Zweig, Albert Einstein en Karl Marx zich geassimileerd hadden en dat uitgerekend hij uit overtuiging hiervan vrijwillig had moeten afzien. "Ich bin und bleibe Jude. Den kann ich nicht entweichen" verklaarde Meester Paul Speyer in Zeit Magazin van 23 november 1990 (nr. 48 - p. 74), waarin de wereldbeelden van advocaat Paul Speyer, als liberale en bewuste jood, en deze van zijn leerling advocaat Henri Rosenberg als orthodoxe en orthopraxe jood, gejuxtaposeerd en naast mekaar beschreven werden.

Als jonge advocaat verzette Meester Paul Speyer zich reeds vanuit zijn levensvisie tegen het absolute en allesoverheersende van het juridische fenomeen. Integendeel relativeerde hij in Au delà du Positivisme Juridique (Larcier, 1954) de juridische waarheid en  schreef er (p. 11): "Nos magistrats m’apprirent que pour qu’une cause fût bonne, il ne suffisait pas qu’elle fût jujstifiée en droit: encore devait-elle être compatible avec cette équité, jusqu’alors tant méprisée".  Als stagiair was het mij gegund om ook dit facet in mijn opleiding mee te krijgen, die ik dan in mijn levensfilosofie vertaald zag in het bijbelvers (Psalmen 95, 15) "ad iustitiam redibit iudicium" of "ad tsedek joshoew mishpot"   (dat het recht weer tot rechtvaardigheid geworde), die voortaan mijn eigen professioneel motto uitmaakt. Het gebeurde trouwens dikwijls dat de Meester en zijn leerling vanuit hun diametraal tegengestelde gezichtspunten, nochtans op het filosofische en metafysieke vlak, elkaar ontmoetten, elkaar begrepen. En zelfs wanneer de kloof tussen onze respectievelijke Weltanschauungen onoverbrugbaar leek, dan nog bleef het debat open en onafgebroken. Het werd zelfs vrij recentelijk nog verder gezet tijdens de aanslepende ziekte die Meester Paul Speyer ondermijnde, wanneer hij n.a.v. mijn manuscript "Het Elfde Gebod: dissertaties over de tolerantie"  ontdekte -hij met nog grotere verwondering dan ikzelf- hoe dicht onze visies over de verdraagzamheid, vanuit onze nochtans zo verschillende benaderingswijzen, wel waren.[Voor de reactie van Mter Paul SPEYER, klik hier].
 
 
 

Zie hieronder ook een brief van Mter Paul SPEYER anno 1986.

Waarde Meester Speyer z"l,

U hebt ons verlaten in de toch voor ons beiden symbolische periode tussen Rosh Hashana, het joodse nieuwjaar en Jom Kippoer, de grote verzoendag. In de periode waarin ons volk tot inkeer dient te komen en waarin van de individuen verwacht wordt dat zij het masker afwerpen, waarmee eenieder van ons door het leven gaat. U hebt zich  steeds geprofileerd  als een harde, onverbiddelijke, halsstarrige, meedogenloze, hardvochtige man, die ook dikwijls -gewild- angst aanjoeg. U ging door het (professionele) leven als iemand die geen gevoelens of emoties prijsgaf, laat staan complimenten en vleierijen uitdeelde en die de rechtsstrijd tot het bittere einde doorzette. Onze taak bestond erin hoogstaand juridisch werk te presteren en ofschoon wij als stagiairs alles deden om u in ons werk te overbluffen, moesten wij niet op complimenten rekenen. Hierdoor hebt u ons aangezet om altijd meer en beter te presteren, om u nog meer trachten te beïndrukken, ogenschijnlijk zonder ooit ons doel te bereiken. En toch was het mij als uw discipel gegund om in u een vriendelijke en minzame man te ontdekken, die door uw naasten -en wij behoorden tot deze selecte club- gemakkelijk te vermurwen en te vertederen waart. Inmiddels heeft uw vrouw Monique uit de biecht geklapt, wat aantoont dat ik gelijk had in mijn inschatting van uw goedhartigheid, en mij na uw heengaan in een schrijven onthuld: "Sans toujours vous le dire, vous l’éblouissiez par la multitude de vos connaissances et votre force de travail". Zoals dikwijls in het verleden hebben wij andermaal een gemeenschappelijk raakvlak gevonden: u schijnt bij mij uitgerekend deze kwaliteiten te hebben geprezen, die bij mij voor u de grootste bewondering hebben gegenereerd: kennis en werk, het geheim van uw succes.

De strijd die u tegen de ziekte gevoerd hebt was moedig en het leek er wel op dat u ook deze strijd -uw struggle for life- met uw niet aflatende wilskracht zoudt winnen. U weet dat in mijn visie het aardse bestaan geen eindpunt betekent, zodat ik aanneem dat u nu weer aan het pleiten bent met een briljante "speyeriaanse" oratio pro domo voor het Laatste Oordeel en ik twijfel er geen minuut aan  dat u ook daar voor de hemelse rechtsmacht (territoriaal en materieel bevoegd…) de passende argumenten en de juiste overtuigingsformules zult weten te vinden en uiteindelijk het pleit zult winnen. Mag ik u als stagiair echter een laatste keer een gedingbeslissend juridisch argument in het oor fluisteren naar het hiernamaals toe: "Tot aan zijn dood zult Gij op hem wachten en indien hij tot inkeer komt zult Gij hem onverwijld vergeven en tot U nemen" (uit het gebedenboek voor Rosh Hashana en Jom Kippoer).

Aan mijn stagemeester en buurman zeg ik vaarwel en rust in vrede. Aan zijn weduwe Monique Speyer en zijn zoon Jean-Jacques Speyer bied ik langs deze weg andermaal mijn gevoelens van medeleven en troost aan.

Uw ex-stagiair, vriend en buurman,
 
 

Dr. Henri  Rosenberg.

Content: [Law Firm]  [Zachor] [Curriculum vitae] [Articles] [Thoughts] [Legal Opinions] [Causes célèbres]  [In Memoriam P. Speyer] [Law Links] [Jewish Law Links] [Responsa Library]] [Contact]
 
Homepage GOEDKOSJERâ
JewishAntwerp.com
Homepage Consistoire Benelux.

Webmaster: hrosenberg@lexplusultra.com